vijandige-architectuur

Wat is validisme, en 5 voorbeelden hiervan

april 27, 2021 Door neuroelfje

Validisme betekent: stigmatisering, marginalisering of discriminatie van iemand met een fysieke, geestelijke of verstandelijke functiebeperking, op grond van diens functionele of mentale status.

Validisme is de Nederlandse vertaling van het woord “ableism”.

Discriminatie op welke grond dan ook is verboden volgens artikel 1 van de grondwet. De politiek en mensenrechtenorganisaties zijn bezig om de grondwet te wijzigen om hier expliciet het woord “handicap” aan toe te voegen.

Ondanks dat het verboden is komt deze vorm van discriminatie overal voor.

vijandige-architectuur
Afbeeldingsomschrijving: een foto van een betonnen trap geschilderd in regenboogkleuren als voorbeeld van validisme en toegankelijkheid.

Verschillende soorten stigmatisering

Validisme, net als racisme, neemt vele vormen aan. Dit is op vele manieren een probleem in onze samenleving. Eerder schreef ik al een artikel over validisme in onze taal.

In dit artikel ga ik het over vijf soorten validisme hebben:

  • Institutioneel validisme
  • Geïnternaliseerd validisme
  • Interactioneel validisme
  • Stigmatisering in de media
  • Validisme in de zorg

Uiteraard zijn er nog ontelbaar meer vormen, die elkaar ook overlappen. Daar ga ik het ongetwijfeld ook nog een keer over hebben.

1. Institutioneel validisme

Institutioneel validisme (ook wel systemisch validisme genoemd) is de stigmatisering van mensen met een handicap in onze samenleving. Zoals bijvoorbeeld in wetgeving of overheidsinstanties. Vaak draait dit om het vraagstuk van toegankelijkheid. Het is bijvoorbeeld nog steeds geen gegeven dat kantoren, horecagelegenheden, winkels, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen rolstoeltoegankelijk zijn. Of dat deze toegankelijk zijn voor mensen met een afwijkende prikkelverwerking.

Onze overheid is ook validistisch. Pas sinds de coronacrisis is er een gebarentolk aanwezig. Hiervoor waren persconferenties dus niet toegankelijk voor doven, slechthorenden of mensen met een auditieve verwerkingsstoornis.
De berichtgeving tijdens de coronacrisis is ook validistisch. Deze is namelijk vaak erg lastig te begrijpen. Ook voor mensen zonder een beperking.

Wetgeving kan ook validistisch zijn. Zo zijn er verplichte discriminatoire rijbewijskeuringen voor autistische mensen. Als je een psychische of fysieke beperking hebt mag je vaak geen ei- of zaadcellen doneren. Ook maken instanties het je vaak heel lastig als je bijvoorbeeld een kind wilt adopteren.

2. Geïnternaliseerd validisme

Geïnternaliseerd validisme is misschien wel de geniepigste uit de lijst.

Dit zijn verinnerlijkte stigmatiserende denkbeelden van mensen die zelf een functiebeperking hebben. Een triest resultaat van hoe het validisme om ons heen doorsijpelt tot in ons innerlijk.

Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het hebben van minderwaardigheidsgevoelens die gerelateerd zijn aan je beperking; bijvoorbeeld de gedachte dat omdat je autistisch bent, je dus geen empathie hebt. Hierdoor ga je zelf geloven dat je minder waard bent dan een ander, omdat je een psychische of fysieke functiebeperking hebt. Of dat het normaal is, dat de samenleving je buitensluit.

Geïnternaliseerd validisme kan zich ook uiten in superioriteitsgevoelens. Bijvoorbeeld jezelf functioneringslabels toekennen. Daarmee laat je jezelf beter voelen dan een ander met een volgens jou “lager” functioneringslabel. In mijn artikel over functioneringslabels ga ik hier dieper op in.

executieve functie en executieve dysfunctie
Afbeeldingsomschrijving: Foto van een persoon met hun handen tegen de zijkant van hun hoofd aan en aluminiumfolie voor hun gezicht als illustratie voor geïnternaliseerd validisme.

3. Interactioneel validisme

Deze vorm van validisme heeft betrekking op onze sociale omgang. Een goed voorbeeld van interactioneel validisme is bijvoorbeeld dat mensen die in een rolstoel zitten, vaak worden genegeerd, en in plaats daarvan vragen aan een “begeleider” worden gesteld, zelfs al zegt een rolstoel helemaal niets over je psychische staat.

Andere vormen van interactioneel validisme zijn bijvoorbeeld ‘kinds’ doen naar mensen met een psychische of verstandelijke beperking, of mensen niet serieus nemen, omdat ze toevallig autistisch zijn.

Validisme in onze taal is ook een vorm van interactioneel validisme. Hieronder vallen bijvoorbeeld de woorden gek, achterlijk, debiel, gestoord, of het schelden met ziektes.

4. Stigmatisering in de media

Voorbeelden van validisme in de westerse media zijn bijvoorbeeld “supervillains” uit blockbusters met een duidelijke fysieke of psychische beperking. De James Bond-villains hebben hier met name een handje van, maar ook bijvoorbeeld in veel superheldenfilms of boeken zijn de slechterikken vaak mensen met een functiebeperking.

Zogenaamde “inspiration porn”-filmpjes op sociale media, waarbij iemand met een beperking wordt neergezet als inspiratie, zijn ook validistisch, omdat ze een eenzijdig en stigmatiserend beeld geven van mensen met een handicap, en bovendien deze mensen vaak uitbuiten voor geld.

Voorbeeld: Ik heb een bindweefselaandoening waardoor ik moeite heb met een potlood vasthouden, terwijl ik kunstenaar ben. Je kan begrijpen dat dit heel naar en fysiek en mentaal heftig voor mij is. Je wilt niet weten hoe vaak ik heb gehoord dat ik dan maar zou moeten leren tekenen met mijn mond of voeten, omdat iemand een of ander filmpje heeft gezien op Facebook. Vreselijk irritant.

Mensen met een beperking bestaan niet voor jouw entertainment, royalties, kijkcijfers of dopamineshotje op Facebook.

5. Validisme in de gezondheidszorg

Validisme is overal. Ook op een plek waar het eigenlijk niet zou moeten bestaan: de zorg. Helaas.

Eigenlijk is ons hele zorgverzekeringsstelsel validistisch. Je krijgt namelijk alleen zorg als een dokter vindt dat er iets aan de hand is. Is dat niet zo? Dan krijg je dus geen zorg, of wordt deze niet vergoed. Daarnaast maken zorgverzekeraars lijsten van welke medicijnen en zorg wel worden vergoed en onder welke diagnosestelling, en welke niet. In de GGZ is dit ook zo. Geen diagnose? Dan kan je psycholoog niet declareren bij de zorgverzekeraar.

Het is sowieso al een probleem: serieus genomen worden door artsen. Als je een psychische beperking hebt naast een fysieke beperking nog meer. Daarnaast liggen (de juiste) diagnoses niet altijd voor het oprapen, vooral als je geen witte man bent.

Je zou kunnen beargumenteren dat het eigen risico ook marginaliserend is naar mensen met een beperking, omdat je daarmee in feite bestraft wordt door ziek te zijn.

Het feit dat bijvoorbeeld voorzieningen zoals de Wajong, maatschappelijke hulp, ambulante begeleiding etcetera, bewust ontoegankelijk worden gemaakt voor de mensen voor wie het bedoeld is om geld te besparen en om “fraude” te bestrijden is ook validistisch. Want mensen met een handicap zijn geen uitkeringstrekkers, al worden ze wel zo behandeld door de overheid.