autistische communicatie

8 kenmerken van autistische communicatie

21 november 2021 Door neuroelfje

Als je autistisch bent, is de kans groot dat je een of meerdere dingen van deze lijst herkent. Vaak ben je ermee gepest, buitengesloten, of is het zo dat sommige mensen echt een hekel aan je hebben zonder dat ze goed lijken te weten waarom. En dat kan je echt traumatiseren. Autistische communicatie is niet slechter dan neurotypische communicatie, maar het is anders. En het maakt neurotypische mensen vaak héél ongemakkelijk, waardoor autisten op hun beurt gaan (over)compenseren om er toch bij te horen. Daardoor gaan we continu over onze grenzen heen. En dan kunnen we alsnog nét niet helemaal meekomen met de rest. Zowel jij, als wij worden daar heel oncomfortabel van. Wij niet blij, en jij ook niet blij.

En dat terwijl dat allemaal helemaal niet hoeft! Want als je als neurotypisch persoon wat meer weet over hoe we in elkaar zitten en hoe we communiceren, kun je daar ook rekening mee houden. Veel dingen waar neurotypische mensen super ongemakkelijk van worden zijn namelijk eigenlijk onschuldig, en vaak dienen ze ook een belangrijke functie.

Lees ook: Waarom is ABA problematisch? En waarom die discussie?

1: Oogcontact

Het is een veelgehoord en typisch onderdeel van autistische communicatie: gebrek aan oogcontact. Ook compenseren sommige autisten met een teveel aan oogcontact, waardoor neurotypische mensen zich ongemakkelijk gaan voelen. Te weinig oogcontact zorgt er dan weer voor dat de neurotypische persoon denkt dat de autist onbetrouwbaar of leugenachtig is.

Maar hoe belangrijk is oogcontact nou voor een gesprek? Luisteren doe je niet met je ogen. Praten ook niet. Hoe veel oogcontact je daarbij hebt is minder belangrijk, en oogcontact is niet essentieel om te communiceren. “Kijk me aan als ik tegen je praat”? Nee hoor. Gewoon lekker accepteren.

2: Stimmen

Stimmen is een heel belangrijke manier van zelfregulatie voor autistische mensen, bijvoorbeeld om overprikkeling tegen te gaan of heftige emoties te kalmeren. Het bestaat vaak uit herhalend gedrag, zoals heen en weer wiegen of friemelen. Lees ook mijn artikel over stimmen als je hier meer over wilt weten! Maar zeker als je dit in een gesprek doet, denken neurotypische mensen vaak dat je zenuwachtig bent of iets te verbergen hebt. “Wiebel niet zo” en “hou eens op met dat gefrunnik” zijn dingen die ik en andere autisten met mij al vaak hebben gehoord.

Laat de autistische persoon lekker stimmen. Het kan je gesprek en de gemoedstoestand van je gespreks-partner alleen maar positief beïnvloeden.

3: ‘Wat zei je?’

Veel autistische mensen hebben auditieve verwerkingsproblemen. Ik ook. Dat betekent in feite dat je brein soms slecht, laat of helemaal niet registreert wat er tegen je wordt gezegd. Kunnen we niks aan doen. Neurotypische mensen vinden het vaak irritant, omdat het lijkt alsof je niet aan het luisteren bent. Vaak is echter het tegenovergestelde van toepassing: we proberen heel hard om wél te luisteren en alles op te vangen. En wij vinden het vaak ook irritant als dat niet lukt.

Het is belangrijk dat als een autist dit vraagt je precies herhaalt wat je zei. Als je vraagt “heb je mijn sleutels gezien?” en je gesprekspartner verstaat alleen “mijn sleutels”, dan is het dus niet handig om “Mijn sleutels!!!!!” te zeggen. Want dan weten we nog steeds niet waar je het over hebt.

4: Echolalie

Als er iets is wat ik in mijn leven heb proberen te onderdrukken, is het echolalie. Echolalie is het dwangmatig herhalen van woorden of zinsdelen. Dat kan direct, maar ook uren of zelfs dagen later uit het niets, bijvoorbeeld van een liedje dat je hoort. Vaak is echolalie een stim, maar soms helpt voor jezelf herhalen ook om betekenis te geven aan wat er wordt gezegd, zeker als je auditieve verwerkingsproblemen hebt.

Mijn ervaring is dat echolalie echt héél raar wordt gevonden. Het maakt mensen echt ongemakkelijk. Terwijl het verder super onschuldig is en vaak ook nog een functie heeft. Ga je om met iemand met echolalie? Lekker laten gaan. Vragen om verduidelijking is af en toe wel handig, maar het is echt niet nodig om er een probleem van te maken.

autistische communicatie
Afbeeldingsomschrijving: twee femme personen met donker haar en een lichte huidskleur die in kleermakerszit op de grond zitten. Ze hebben een gesprek met elkaar, en dragen rode tank tops en zwarte shorts met gympen.

5: Onduidelijkheid

Het zal ongetwijfeld voorkomen dat als je instructies geeft aan een autistisch persoon, of je bedoelt het ene maar zegt het ander, dat deze je niet begrijpt omdat je te onduidelijk bent. Of dat een autistisch persoon iets probeert uit te leggen en je daar iets achter probeert te zoeken. Wat vaak vervolgens weer irritatie opwekt bij beide partijen. Niet alleen bij de autist, die in de war raakt, maar ook bij de neurotypische persoon die naar verborgen betekenissen zoekt die er niet zijn.

Autistische communicatie is meestal no-nonsense en recht voor z’n raap. We zeggen wat we bedoelen, en er zit vaak geen ongenoemde betekenis achter. Daar staat tegenover dat we vaak niet zo veel hebben met de legio ongeschreven regeltjes van complexe neurotypische communicatie. Zeg dus vooral duidelijk wat je bedoelt, wees eerlijk, en geef extra uitleg als dat nodig is. En zoek bij ons niet naar verborgen betekenissen – luister gewoon naar wat we zeggen, want dat is meestal wat we ook bedoelen. Dan begrijpen wij jou, en jij ons beter.

6: Actief luisteren

Ik heb echt al zo veel artikelen voorbij zien komen over actief luisteren. Zit rechtop, hou oogcontact, niet bewegen, doorvragen, ik heb het allemaal voorbij zien komen. Zelfs in advertenties op Facebook en Instagram.

Wat als ik zou vertellen dat je al die dingen niet nodig hebt om naar iemand te luisteren? En dat hier op focussen vaak zorgt dat autistische mensen minder goed kunnen luisteren? Actief luisteren is neurotypisch luisteren. Een niet-actieve houding komt vaak over als onoplettendheid, maar bij autisten leidt dit vaak af waardoor we juist minder opletten. Zeker als je eerdergenoemde auditieve verwerkingsproblemen hebt.

Laat ons dus lekker onszelf zijn en bedenk je dat een luisterhouding die onoplettend oogt dat niet per se hoeft te zijn. Luisteren doe je namelijk met je oren.

7: Infodumpen

Heb je wel eens meegemaakt dat je een autist iets vraagt over een onderwerp waar diegene verstand van heeft en er een soort woordenkots aan informatie uit komt gerold? Of dat iemand niet kan stóppen met over dino’s praten? Vond je dat irritant en vond je dat diegene te ver doordraafde of teveel aandacht naar zich toe trok?

In mijn eerdere artikel over speciale interesses heb ik hier meer over uitgelegd. Speciale interesses zijn namelijk hartstikke mooi. Er zijn niet zo veel mensen met een levenslange passie, iets waar ze elke dag mee bezig zijn en zo veel plezier en voldoening uit halen als een autist met hun speciale interesse. Lekker laten infodumpen dus. Infodumpen is een teken van vertrouwen, een integraal onderdeel van autistische communicatie en een autistische love language. Wie weet, misschien steek je er nog iets van op ook!

8: Stiltes

Niet alle autistische mensen kunnen altijd praten. Zeker in periodes van grote stress of overprikkeling kunnen sommige autisten hun vermogen tot spreken (al dan niet gedeeltelijk) verliezen. Het is belangrijk om daar niet boos om te worden of autisten te eisen om antwoord te geven. We kunnen er namelijk niets aan doen en door boos te worden maak je het vaak alleen maar erger. Bij ‘selectief mutisme’ (of situationeel mutisme) zoals dit ook wel heet, is het niet de autist die er voor kiest om niet te kunnen spreken, maar de omgeving die ervoor zorgt dat het niet kan.

Als je een autist kent bij wie dit gebeurt, is het altijd handig om op een rustig moment afspraken te maken over wat je het beste kan doen. Misschien kun je een paar gebaren met elkaar afspreken, of diegene laten opschrijven, of iets anders.

Conclusie

Ik hoop dat, als je neurotypisch bent en dit leest, je waardevolle inzichten opdoet over autistische communicatie en soepeler kunt leren omgaan met autistische mensen. Zo zijn er minder misverstanden, creër je een veilige omgeving voor de autistische persoon zodat die niet hoeft te maskeren en daar wordt uiteindelijk iedereen beter van.

Want eigenlijk is het wel een beetje validistisch om als neurotypisch persoon wel te zeggen dat je autistische mensen accepteert, maar onze natuurlijke manieren van communiceren niet.