Cognitieve gedragstherapie

De zin en onzin van cognitieve gedragstherapie

30 oktober 2022 Door neuroelfje

Ik heb hier al meerdere keren op Twitter mijn ongenuanceerde mening over laten horen maar voel de behoefte om die toch wat te nuanceren, en dus is het tijd voor een artikel. Ik heb cognitieve gedragstherapie wel eens vergeleken met paracetamol: het wordt aangeraden als panacee voor elk probleem door bijna elke dokter, kan tijdelijke en milde problemen verlichten, maar is niet altijd een goede oplossing voor een structureel probleem en kan je problemen ook maskeren tot op het punt dat ze niet meer herkend worden en je er maar blijft rondlopen.

Wat is cognitieve gedragstherapie?

Cognitieve gedragstherapie, ook wel CGT, is een verzamelnaam voor verschillende (immens) populaire therapievormen in de GGZ. Het wordt vaak onder verschillende namen aangeboden. Zo heb ik ‘zelfbeeldtherapie’ gehad gebaseerd op CGT en andere soorten cognitieve gedragstherapie. Sommige soorten CGT zijn aangepast aan de psychische problemen van de cliënt.

Cognitieve gedragstherapie wordt gebruikt voor de behandeling van een breed scala psychische problemen. Angsten, depressies, OCD, psychoses en eetstoornissen bijvoorbeeld. CGT is daarnaast ook -naast medicatie– de behandeling die het meeste wordt gebruikt voor ADHD.

Wat doet cognitieve gedragstherapie?

Cognitieve gedragstherapie gaat uit van de theorie dat niet gebeurtenissen zelf iemands negatieve gevoelens en gedrag veroorzaken. Het gaat in plaats daarvan om de ‘bril’ waardoor je deze gebeurtenissen ziet en die je wereldbeeld kleurt. Als je dit beter leert begrijpen leer je stil te staan dat de gedachten die je hebt niet op de realiteit zijn gebaseerd. Daarna kun je leren hoe je negatieve (niet-helpende) gedachten kunt ombuigen naar positieve (helpende) gedachten.

Hoe je je gedraagt bepaalt daarnaast -volgens de principes van cognitieve gedragstherapie- voornamelijk hoe je je voelt. Als je bijvoorbeeld vanwege angsten bepaalde dingen of activiteiten vermijdt, versterk je daarmee je angst. En als je jezelf niet goed kan beheersen heb je meer last van impulsiviteit.

Werkt cognitieve gedragstherapie?

In sommige gevallen: ja. Het hangt soms ook een beetje af van of de specifieke vorm van cognitieve gedragstherapie bij jou aansluit. Maar er zit helaas wel een maar bij, die ik zal behandelen in latere alinea’s.

Cognitieve gedragstherapie kan goed werken als je depressies, angsten of andere psychische problemen inderdaad niet gebaseerd zijn op realiteit of geleefde ervaringen. Het kan je helpen om negatieve spiralen te herkennen en actie te ondernemen voor je er in mee wordt gezogen. En omdat het zo’n ontzettend populaire therapievorm is wordt het bijna overal ingezet. Veel GGZ-professionals zien het als dé oplossing voor de meeste psychische problemen. Een valkuil daarin is, is dat ze vaak niet meer goed weten wat ze verder moeten doen als de cognitieve gedragstherapie niet werkt, waarop cliënten soms worden afgeserveerd als ’te complex’ en aan hun lot worden overgelaten.

Wanneer werkt het niet?

Ik heb jarenlang cognitieve gedragstherapie gehad. Voor mij werkt het niet en zorgde eigenlijk voor veel meer problemen dan die ik al had. Voor veel andere mensen werkt het ook niet.

Waarom niet? Het heeft te maken met validisme: hoe de samenleving neurotypen zoals autisme en ADHD marginaliseert.

Een tijd geleden is er een studie verschenen waaruit bleek dat ADHD’ers van 12 jaar oud al gemiddeld 20.000 meer negatieve opmerkingen hebben gekregen dan hun neurotypische leeftijdsgenoten. Volgens een ander onderzoek hebben autistische jongvolwassenen een tot 4x zo grote kans om gepest te worden. Veel van onze bijkomende psychische problemen worden dus veroorzaakt door geleefde ervaringen en zijn gebaseerd op de realiteit. De sociale angsten waar veel autistische mensen mee kampen, zijn dus gebaseerd op ervaringen die echt zijn. De rejection sensitive dysphoria die zo veel voorkomt onder ADHD’ers, is gebaseerd op echte ervaringen.

Waarom werkt die cognitieve gedragstherapie dan niet?

Het is natuurlijk goed om jezelf af en toe te vertellen dat je als ADHD’er en/of autist geen waardeloze asociale nietsnut bent. Bijvoorbeeld als je problemen hebt met je concentratie, het omgaan met neurotypische mensen en/of je executieve functie.

Maar als de wereld om je heen dat (impliciet) tegen je blíjft herhalen, en als gevolg daarvan je jezelf blijft proberen te conformeren naar een neurotypische standaard waar je nooit aan zal kunnen voldoen; daar is geen cognitieve gedragstherapie tegen opgewassen. Want de reacties daarop blijven komen, hoe positief je ook in het leven staat. Omdat je in feite een maatschappijbreed probleem in jezelf blijft zoeken en in jezelf wilt oplossen.

Kijken naar de oorzaak van psychische problemen

In het geval van autistische mensen en ADHD’ers en andere neurotypen waarbij je een hoge prikkelgevoeligheid hebt kan cognitieve gedragstherapie op een andere manier averechts werken. Het is daarom belangrijk om altijd heel goed te kijken naar de oorzaak van je problemen.

Ik sprak een tijd geleden iemand die autistisch is en bang was om naar de supermarkt te gaan. Deze angst werd behandeld met exposuretherapie: een onderdeel van cognitieve gedragstherapie. Hierbij werd deze persoon gedwongen om tóch naar de supermarkt te gaan. Zo kon deze leren dat het niet eng is. Maar de oorzaak van de angst kwam vanwege de vele prikkels in de supermarkt. De paniekaanvallen waren in feite geen paniekaanvallen maar meltdowns. En de exposuretherapie zorgde eigenlijk alleen maar voor méér meltdowns.

Wanneer systemische marginalisatie de oorzaak is van psychische problemen

Daarnaast houdt cognitieve gedragstherapie vaak geen rekening met dingen als institutionele marginalisatie. Dat komt omdat bijna alle psychiatrische wetenschap gebaseerd is op onderzoek naar witte jongetjes. Ook de meeste psychologen en psychiaters zijn nog altijd wit. Maar als je Zwart bent en bijvoorbeeld institutioneel racisme ervaart is je situatie heel anders. Je kan de geïnternaliseerde gedachten daarover niet altijd zo maar ‘omkeren’ met cognitieve gedragstherapie.

Want het institutioneel racisme in de samenleving blijft bestaan, en blijft de hele dag door impliciet en expliciet bevestigen dat de Zwarte persoon minder waard is dan een witte persoon. Dat is een maatschappijbreed en heel echt probleem, wat je niet alleen in jezelf zou moeten zoeken.

Wat gebeurt er als cognitieve gedragstherapie niet werkt?

Ik heb zoals ik eerder al vertelde zelf jarenlang cognitieve gedragstherapie gehad, dus ik kan hierover meepraten. Het voelde voor mij een beetje alsof ik mezelf aan het gaslighten was. Ik bleef maar bij mezelf herhalen dat ik bepaalde gedachten niet mocht denken en gevoelens niet mocht voelen.

Dat zorgde ervoor dat ik nog meer ging maskeren dan ik al deed, en dat ik soms (meestal ’s nachts) urenlang verstrikt kon zitten in mijn gedachten. Ik bleef mezelf maar proberen te overtuigen dat mijn geleefde ervaringen irrationeel waren en dat het allemaal in mijn hoofd zat. Inmiddels heb ik nog altijd moeite met het toelaten van mijn gevoelens en gedachten zodat ik er op een gezonde manier mee om kan gaan. Ik denk dat dat een van de redenen is dat ik zo lang geen autismediagnose heb gehad. Pas na 7 jaar vruchteloze cognitieve gedragstherapie, nota bene in een autismecentrum, kreeg ik die.

Maar wat werkt er dan wél als cognitieve gedragstherapie niet werkt?

Wat er wel werkt, is afhankelijk van je problemen en van je situatie. Maar wat goed is, is om de oorzaak van je psychische problemen als uitgangspunt te nemen.

Als deze veroorzaakt zijn door marginalisatie is het denk ik belangrijk dat je een therapeut of psycholoog zoekt die hier (het liefst geleefde) ervaring mee heeft. Verschillende mensen van kleur, waaronder Nihâl Esma Altmış, hebben mij verteld dat het bij trauma en psychische problemen die veroorzaakt worden door racisme belangrijk is om een therapeut te hebben die geleefde ervaring hiermee heeft en culturele verschillen begrijpt.

Ik denk dat ik het ook heel fijn zou vinden om een therapeut te hebben die zelf ook autistisch is. En die begrijpt hoe het is om als autist te navigeren in een neurotypische wereld. Dat heb ik helaas nog niet meegemaakt. Gelukkig heb ik wel mijn volgers op Instagram en Twitter en de mensen die reageren op mijn blogs op mijn website. Ik leer elke dag ontzettend veel bij van jullie geleefde ervaringen die jullie met mij delen.

Als je psychische problemen veroorzaakt worden door trauma kan traumatherapie een uitkomst bieden, eventueel met aanpassingen als je bijvoorbeeld autistisch bent. En als je bijvoorbeeld angsten hebt door overprikkeling, kun je gaan voor hulpmiddelen. Of bijvoorbeeld het anders inrichten van je leven om de prikkels te verminderen.

Wat heb jij zelf als helpend ervaren voor het accepteren van en dealen met je psychische problemen?